|
|
| |
Ga terug omhoog of kies een andere rubriek |
|
|
|
|
|
|
De champignonteelt in de Sint Pietersberg |
|
Geschiedenis van de champignonteelt
De Romeinen hadden de champignon al op de menukaart staan. Maar het duurde nog tot 1707 voordat de eerste eetbare champignons geteeld
werden volgens het huidige principe.
Vele jaren later ontdekten kwekers dat het stabiele klimaat van verlaten
onderaardse groeven gunstig was voor de champignonteelt.
|
|
In navolging hiervan vestigen zich rond 1900 de eerste kwekers
in de Sint Pietersberg. Afgezien van toeristische exploitatie, gebeurde niks met
de gangen van de Sint Pietersberg en kregen ze een nieuwe nuttige functie.
Decennia lang verschafte de Sint Pietersberg onderdak aan tientallen kwekerijen.
Praktisch alle gangen in de verschillende stelsels dienden als kweekruimte.
In 1950 veranderde het kweekproces gesteund door gedegen
onderzoek. Bovengrondse kwekerijen, met een hoger rendement, verrezen op andere
plekken in Limburg. Dit bracht een ommezwaai tot stand. Eén voor één
verdwenen de ondergrondse kwekerijen
De laatste overgebleven onderaardse kwekerij bevindt zich in
het noordelijk gangenstelsel van de Sint Pietersberg.
|
|
|
|
|
Wat zijn champignons?
Het vruchtlichaam wat wij de paddestoel noemen is slechts een
gedeelte van een schimmel. Onder de grond en onzichtbaar voor het oog, groeit
het mycelium. Dit is een dicht netwerk van fijne draden, die bij sommige soorten
een oppervlakte van meerdere hectaren bestrijken.
In tegenstelling tot groene planten beschikken schimmels niet over
bladgroenkorrels en zijn ze niet in staat om zelfstandig voedsel te produceren.
Als alternatief produceren ze enzymen die inwerken op organische
bestanddelen van dode of levende organismen en ontrekken daarvan weer
voedingsstoffen. De voedselketen sluit zich weer, doordat de schimmels zorgen
voor voedingsstoffen voor de planten.
Afhankelijk van de manier waarop schimmels hiertoe in staat zijn, worden ze
onderverdeeld in drie groepen: saprofyten, parasieten en mycorrhiza.
Saprofyten, waartoe de champignon behoort, leven van afgestorven plantenresten
en hout. Ze zijn een onmisbare schakel in de voedselketen. Omdat ze de
organische stoffen van afgestorven of zieke organismen omzetten in anorganische
stoffen. Hiermee voorzien ze in de noodzakelijke voedingsstoffen voor de groene
planten.
Sommige schimmels leven als parasieten. Ze hebben als het ware hun
voedselvoorziening uitgebreid en leven doorgaans ten koste van een ander
organisme. Dat kunnen planten, dieren of zelfs andere schimmels zijn.
De laatste groep Mycorrhiza leven juist in symbiose met bomen en planten. In
tegenstelling tot de parasieten leveren ze een nuttige tegenprestatie aan
de gastheer. Een bekend voorbeeld van deze groep is het eekhoorntjesbrood.
Zoals bekend zijn niet alle paddestoelen eetbaar. Van de ruim 3000 verschillende
paddestoelen die in West-Europa voorkomen, zijn ongeveer 50 soorten eetbaar voor de
mens. Hiertoe behoort de champignon. Qua voedingswaarde zijn ze overigens
verwaarloosbaar. Het grootste gedeelte is water (90%) en ze dragen nauwelijks
bij aan de dagelijkse energieopname.
|
|
Het traditionele kweekproces
Champignons groeien alleen op een voedingsbodem van
paardenmest. Hierop worden meerdere achtereenvolgende oogsten geplukt, waarna de
mest niet meer bruikbaar is voor de champignonkweek. Boeren kunnen het wel nog
gebruiken als meststof voor op het land.
Vers aangeleverde paardenmest moet eerst gefermenteerd worden, voordat het
geschikt is voor de teelt. Dit gebeurde vroeger meestal dicht bij de
kwekerijen, waar de mest in grootte hoeveelheden al dampend werd opgeslagen.
Door de temperatuursverhoging die ontstond (tot circa 80 graden) en door
regelmatig de mest om te draaien, verdwenen op den duur alle schadelijke
bacteriën. De gefermenteerde mest werd met karren de groeve ingereden of soms
door verticale kokers in de kwekerijen gestort. Hierna kon de eigenlijke kweek
beginnen. De mest werd efficiënt verdeeld in langgerekte rijen oftewel bedden.
Door deze bedden te enten met zaden startte de groei van het mycelium van de
champignon. De sporen van de champignon kregen zo de kans om te kiemen en uit te
groeien in de bedden.
Dit leverde nog geen vruchtlichamen. Eerst moest nog een dunne laag mergel over
de bedden uitgestrooid worden, waarop al snel de eerste champignons gaan
uitgroeien. Na een aantal weken was de eerste oogst gereed.
|
|
Hygiëne
Champignons zijn uiterst gevoelig voor besmettingen. Wanneer
hier geen rekening mee wordt gehouden kunnen gedeeltes van de oogst of zelfs de
gehele kweek verloren raken. Daarom is het belangrijk de ruimtes bij aanvang van
een nieuwe kweek zorgvuldig te reinigen, bijvoorbeeld met cementwater.
Ook tijdens het kweken blijft aandacht voor de hygiëne belangrijk. Insecten,
die meegelokt worden met draagbare verlichting of schoeisel kunnen een bron van
besmetting veroorzaken. Het wordt dan ook met klem afgeraden door actieve
champignonkwekerijen te lopen, als de eigenaar daar geen toestemming voor heeft
gegeven!!
|
|
|
|
|